Door klimaatverandering komen langdurige periodes met hoge temperaturen steeds vaker voor. Dat heeft gevolgen voor mens en natuur, maar ook voor onze infrastructuur. Denk aan smeltend asfalt, uitzettende spoorrails en bruggen die minder goed functioneren. Minder bekend is dat ook liften hinder kunnen ondervinden van extreme temperaturen. Tijdens een hittegolf kan een lift zichzelf zelfs automatisch buiten bedrijf stellen om schade aan de installatie te voorkomen.

De afgelopen periode heeft de branche meerdere situaties gezien waarin liften juist tijdens warme dagen stil kwamen te staan. Voor gebruikers kan dat tot hinder leiden: zij zijn aangewezen op de trap of moeten wachten tot de temperatuur voldoende is gedaald om de lift weer veilig te kunnen gebruiken. De aanleiding ligt vaak in een veiligheidsfunctie die de lift uitschakelt om oververhitting en schade aan onderdelen te voorkomen.

Waarom schakelt de lift uit?

Een lift bevat verschillende elektronische componenten, zoals frequentieregelaars, voedingen, besturingselektronica en veiligheidsmodules. Deze componenten zijn ontworpen om binnen een bepaald temperatuurbereik veilig en betrouwbaar te functioneren. Tegelijkertijd produceren zij zelf warmte die moet worden afgevoerd. Tijdens een hittegolf stijgt de omgevingstemperatuur, waardoor deze warmte minder goed kan worden afgevoerd. De interne temperatuur loopt op, wat de levensduur van componenten kan verkorten en de kans op storingen vergroot. Daarom zijn veel componenten voorzien van thermische beveiligingen. Zodra de maximaal toegestane bedrijfstemperatuur wordt bereikt, stelt de ingebouwde beveiliging de lift buiten dienst.

Het gaat hierbij dus niet om een storing, maar om een veiligheidsfunctie. Door de installatie gecontroleerd uit te schakelen, wordt schade aan componenten voorkomen en blijft de veiligheid van gebruikers gewaarborgd.

Wat kunnen gebouwbeheerders doen?

Om de kans op uitval te verkleinen, is het belangrijk dat de temperatuur in machinekamers en machinekasten van liften binnen de ontwerpspecificaties blijft. De volgende maatregelen kunnen daarbij helpen:

  • Zorgen voor voldoende ventilatie
  • Ventilatieopeningen schoon en vrijhouden
  • Directe zoninstraling beperken
  • Eventueel actief koelen van de machinekamer
  • Een gedeelde verantwoordelijkheid

De liftinstallateur zorgt ervoor dat de lift voldoet aan de geldende eisen en correct functioneert binnen de opgegeven omgevingscondities. De gebouwbeheerder is ervoor verantwoordelijk dat deze condities in stand worden gehouden. Wanneer een machinekamer structureel te warm wordt, kan dat leiden tot uitval, ook wanneer de lift technisch in orde is.

? Hulp nodig?