Op donderdag 26 maart vond bij SkyLift in Barneveld de workshop Chroom-6 plaats, georganiseerd door de Arbocommissie. Onder leiding van Ed Klunder (Van Santen Adviesgroep) werd ingezoomd op wat Chroom-6 is, waar het in de praktijk kan voorkomen en – vooral – wat dit betekent voor veilig en verantwoord werken binnen de branche.

Herkennen, risico’s en veilig werken met Chroom-6

Tijdens de workshop ging Ed Klunder in op wat Chroom-6 is en waar het historisch is toegepast, bijvoorbeeld in gebouwen en constructiedelen zoals hekwerken, trappen, liften en leidingen, maar ook in transport en infrastructuur. Daarnaast besprak hij de belangrijkste gezondheidsrisico’s en de manieren waarop blootstelling kan plaatsvinden, bijvoorbeeld via rook, damp of stof door inademing, inslikken of opname via de huid.

Een belangrijk onderdeel van de bijeenkomst was de vraag hoe kan worden vastgesteld of (en waar) Chroom-6 aanwezig is, en hoe dit kan worden aangetoond. Vanuit de groep werden hierover meerdere vragen gesteld. Ed Klunder lichtte toe dat Van Santen hiervoor een relatief licht-destructieve analysemethode heeft ontwikkeld. Met behulp van een chemische reactie en een meting met een spectrofotometer kan Chroom-6 worden aangetoond of juist worden uitgesloten.

Daarnaast werd stilgestaan bij wet- en regelgeving en de belangrijkste verplichtingen voor opdrachtgevers en werkgevers. Daarbij kwamen het tijdig inventariseren en beoordelen van risico’s (RI&E), het vaststellen en toepassen van passende beheersmaatregelen en het borgen van veilig werken met voorlichting, instructie en toezicht aan bod. Waar nodig is een V&G-plan of een projectmatig Plan van Aanpak vereist, opgesteld door aantoonbaar deskundige partijen.

Verder kwam het beheersregime aan bod dat door partijen als Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf en ProRail is opgesteld als handreiking om chroomhoudende coatings veilig te bewerken en te verwijderen. Er is stilgestaan bij mogelijke werkwijzen, zoals droge en natte verwijdermethoden, en bij de bijbehorende maatregelen voor omgevingsbescherming en persoonlijke bescherming (PBM’s). Ook kwamen praktische hygiëneregels aan bod, zoals niet eten/drinken/roken op de werkplek en het wassen van handen of – indien nodig – douchen.

Ook is benadrukt dat borging essentieel is. Dit vraagt om een duidelijke start (toolbox of kick-off) en maatregelen die per locatie worden afgestemd. Alleen wanneer dit projectmatig is onderbouwd in een Plan van Aanpak door aantoonbaar deskundige partijen kan gemotiveerd worden afgeweken. Bij zorgen over mogelijke blootstelling kan biologische monitoring, zoals urineonderzoek, onderdeel zijn van de aanpak onder begeleiding van een arbeidshygiënist en bedrijfsarts.

Reacties uit de groep en vervolg

Binnen de VLR-NLB Arbocommissie wordt dit onderwerp verder opgepakt. Het doel is om een publicatie samen te stellen die bedrijven en monteurs in de liftbranche praktische handvatten biedt voor herkenning, onderzoek en veilige werkwijzen. De workshop maakte duidelijk dat er veel behoefte is aan eenduidigheid en toepasbare richtlijnen; aanwezigen gaven aan dat de branche hierin gezamenlijk moet optrekken om te zorgen voor een veilige werkplek voor collega’s in het veld.

Na afloop was er ruimte om informele vragen te stellen en ervaringen uit te wisselen. Onder het genot van een hapje en een drankje werd in Barneveld nog nagepraat over de praktische implicaties voor werkzaamheden in het veld en over welke vervolgstappen nodig zijn om kennis, werkwijzen en verantwoordelijkheden verder te verduidelijken.

? Hulp nodig?