Op 25 februari vond een goedbezochte kennissessie plaats over de nieuwe norm NEN-EN 81-76:2025. Met 60 deelnemers, waaronder vertegenwoordigers van verschillende veiligheidsregio’s, was er sprake van een grote betrokkenheid en duidelijke behoefte aan kennisdeling. De sessie stond onder leiding van onze Technische Commissie, met een inhoudelijke presentatie van Rudi van Seters van VLR-lidbedrijf KONE. Centraal stond de vraag hoe liften veilig kunnen worden ingezet voor de evacuatie van personen met een handicap bij brand.

Kennissessie nieuwe norm NEN-EN 81-76:2025

De norm NEN-EN 81-76:2025 biedt een kader voor het toepassen van liften bij evacuatiesituaties. Waar liften traditioneel buiten gebruik werden gesteld bij brand, maakt deze norm het onder voorwaarden mogelijk om juist liften in te zetten voor minder zelfredzame personen. De norm is sinds eind november 2025 beschikbaar en richt zich op nieuwe personenliften en personen-/goederenliften.

Belangrijk is het onderscheid tussen klasse A- en klasse B-liften. Klasse A is bedoeld voor relatief eenvoudige en lagere gebouwen zonder brandweerlift. Klasse B is bestemd voor complexere of hogere gebouwen en stelt zwaardere eisen, onder meer aan cabineafmetingen, noodvoorzieningen en secundaire stroomvoorziening. Met name wanneer evacuatie op afstand wordt toegepast, is een klasse B-lift vereist. Dit onderscheid helpt om per gebouwtype een passend veiligheidsniveau te bepalen.

Evacuatiemodi en veiligheid

Een belangrijk onderdeel van de norm betreft de verschillende evacuatiemodi. De norm onderscheidt automatische evacuatie, bestuurder-ondersteunde evacuatie en evacuatie op afstand. Welke modus wordt toegepast, wordt vastgelegd in het evacuatieplan en bepaald in de ontwerpfase van het gebouw.

Bij automatische evacuatie bedient de lift zelfstandig oproepen, eventueel met prioritering van verdiepingen waar een brandalarm actief is. Bij bestuurder-ondersteunde evacuatie bevindt zich een getrainde persoon in de cabine die de lift handmatig bedient. Bij evacuatie op afstand wordt de lift aangestuurd vanuit een commandocentrale, waarbij aanvullende eisen gelden op het gebied van cyberbeveiliging, communicatie en noodstroom.

Benadrukt werd dat een evacuatielift slechts zo veilig is als de bouwkundige omgeving waarin deze functioneert. Wanneer er brand of rook in de liftschacht aanwezig is of wanneer de voorruimte onveilig is, kan de lift niet worden ingezet.

Het belang van een evacuatieplan en training

De norm maakt duidelijk dat techniek alleen niet voldoende is. Een goed uitgewerkt evacuatieplan is verplicht en vormt de basis voor elke inzet van de evacuatielift. Hierin wordt vastgelegd welke verdiepingen worden geëvacueerd, welke prioriteit geldt en welke evacuatiemodus wordt toegepast. De keuze voor klasse A of B en voor een specifieke modus wordt in de ontwerpfase bepaald en vastgelegd in dit plan.

Daarnaast is gebruikerstraining essentieel. Met name mensen die niet zelfstandig kunnen evacueren, maar ook gebouwbeheerders en bhv’ers, moeten weten hoe en wanneer de evacuatielift wordt ingezet.

Conclusie

De kennissessie maakte duidelijk dat NEN-EN 81-76:2025 een belangrijke stap is richting inclusieve en veilige evacuatie. Met 60 betrokken deelnemers en inhoudelijke verdieping bood de bijeenkomst waardevolle inzichten. De kernboodschap was helder: alleen door een combinatie van techniek, bouwkundige maatregelen, een doordacht evacuatieplan en goede training kan de veiligheid van álle gebouwgebruikers worden gewaarborgd.

? Hulp nodig?