Begrippenlijst

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

Aanvalsniveau brandweer

Beschermd gebied dat vrij is van rook en dat door brandweerlieden gebruikt wordt in geval van een brand

Afsluiter

De handbediende klep die stroming kan doorlaten of beletten in beide richtingen

Alarm

De tijdsduur tussen het activeren en het opheffen van de oorzaak van een alarm.

Alarmapparatuur

Het deel van het alarmsysteem dat alarm signaleert, identificeert, valideert en een tweeweg-communicatie initieert

Alarmdienst

De organisatie die alarmmeldingen verwerkt en opgesloten passagiers bevrijdt

Alarmdrukknop

De knop bedoeld voor gebruikers om alarm te slaan

Alarmeinde

Informatie afgegeven door het alarmsysteem aan de alarmcentrale om aan te geven dat de alarmsituatie beëindigd is

Alarmsysteem

Een systeem dat een alarm genereert bij voor de liftgebruiker gevaarlijke gebeurtenissen

Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)

Een nadere uitwerking van een wet die door de ministerraad wordt goedgekeurd en na ondertekening door het staatshoofd in het Staatsblad wordt gepubliceerd

Balanceergewicht

Massa die energie bespaart door de gehele of een gedeelte van de massa van de kooi te compenseren

Bescherming tegen brand

Maatregelen om brand te voorkomen, verspreiding van brand te beperken en vluchtroutes voldoende af te schermen

Bestemmingsbesturings-

Een liftbesturingssysteem gebruikt voor enkel- of meervoudige liftsystemen waarbij een bestemmingscommando (de bestemmingsverdieping) op de vertrekverdieping wordt geregistreerd

Besturing

Een systeem dat op basis van inputsignalen machines op een gewenste manier aanstuurt

Bevestiging alarm

Terugmelding van de alarmcentrale dat het alarm wordt verwerkt

Bevrijdingshandeling

Handeling die begint na de melding dat één of meer personen in een lift zijn opgesloten en eindigt nadat de persoon of personen zijn bevrijd

Blokkeervang

Een vang waarbij het vastzetten van de liftkooi op de leiders tot stand komt door vrijwel onmiddellijke blokkering

Blokkeervang met bufferwerking

Een vang waarbij een volledige vastzetting op de leiders tot stand komt door vrijwel onmiddellijke blokkering. De reactie op de kooi, het tegengewicht of het balanceergewicht wordt beperkt door de aanwezigheid van een tussenliggend dempingsysteem

Brandcompartiment

Een onderdeel van een gebouw, bedoeld om verspreiding van brand voor een bepaalde tijdsduur te beperken

Brandweerlift

Een personenlift met extra voorzieningen, waardoor gecontroleerd gebruik door de brandweer mogelijk wordt

Brandweerschakelaar

Een schakelaar op het aanvalsniveau van de brandweer nabij de lifttoegang, om de brandweerbesturing van de lift in te schakelen

Brandwerendheid

De tijd waarin een bouwdeel zonder functieverlies weerstand kan bieden aan eenzijdige verhitting volgens een standaardkromme bij een proef volgens de NEN 6069 en NEN-EN 81-58

Brandwerend voorportaal

Een tegen brand beschermd gebied dat beschermde toegang vanuit de lift naar de rest van het gebouw mogelijk maakt

Buffer

Een veerkrachtige stuiting aan het einde van de baan van kooi of tegengewicht in de schacht die een afremmend medium bevat, zijnde kunststof schuim, veren of vloeistof (of andere gelijksoortige middelen)

Buigzame leiding naar de kooi

Een buigzame elektrische hangkabel tussen de kooi en een vast punt in de liftschacht

Buiten gebruik

Een vermelding die aangeeft dat een lift niet mag worden gebruikt

Categorie 0 volgens de NEN-EN 81-71

Een lift ontworpen volgens de NEN-EN 81-1 of 81-2 zonder aanvullende maatregelen tegen vandalisme

Categorie 1 volgens de NEN-EN 81-71

Een lift ontworpen volgens de NEN-EN 81-1 of 81-2 en daarnaast voorzien van bescherming tegen gemiddeld vandalisme

Categorie 2 volgens de NEN-EN 81-71

Een lift ontworpen volgens de NEN-EN 81-1 of 81-2 en daarnaast voorzien van bescherming tegen zwaar vandalisme

Certificerende en Keurende Instantie (CKI)

Een door de overheid aangewezen partij voor het uitvoeren van keuringen en certificatie zoals die in wetgeving worden genoemd en die de door overheid is voorbehouden aan dergelijke instanties. CKI’s zijn niet alleen bij liften actief, maar ook op basis van wetgeving rond bijvoorbeeld drukvaten en persoonscertificatie van duikers

Cilinder

Een samenstel van een cilindermantel en een plunjer, die een hydraulische aandrijfeenheid vormen

Daalklep

Een elektrisch gestuurde klep in een hydraulisch systeem, die het dalen van de kooi beheerst

Deskundig onderhoudspersoon

Een daartoe aangewezen persoon met een geschikte opleiding (zie EN ISO 9000-serie), gekwalificeerd door kennis en praktische ervaring, voorzien van noodzakelijke instructies en ondersteund vanuit de onderhoudsorganisatie om te bewerkstelligen dat de vereiste onderhoudswerkzaamheden veilig kunnen worden uitgevoerd

Drager

Een deel van de personenlift bestemd voor het opnemen van personen en/of goederen die moeten worden vervoerd. Voorheen ‘kooi’ genoemd.

Drukbegrenzingsklep

Een klep die de druk begrenst tot een vooraf bepaalde waarde, door na aanspreken vloeistof door te laten

Drukknopbesturings-systeem

Een liftbesturingssysteem waarbij de lift per verdieping één of twee drukknoppen heeft om de lift op te roepen en in de kooi een serie drukknoppen waarmee een doelverdieping is te kiezen

Eigenaar van de installatie

Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die de beschikkingsbevoegdheid heeft over de installatie en de verantwoordelijkheid neemt voor het in bedrijf zijn en het gebruik hiervan

Elektrische veiligheidsketen

Het totaal van elektrische veiligheidsinrichtingen die alle moeten zijn gesloten voordat de lift kan bewegen

Elektrisch wegzakcorrectiesysteem

Een combinatie van voorzorgsmaatregelen tegen het gevaar van bij de verdieping wegzakken van de kooi

Enkelwerkende cilinder

Een plunjer binnen een cilinder waarbij de verplaatsing in één richting door de werking van vloeistofdruk en in de andere richting door werking van de zwaartekracht geschiedt.

Evacuatie

Het georganiseerd en gecontroleerd verplaatsen van personen van een gevaarlijke naar een veilige omgeving

Fabrikant

Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die de verantwoordelijkheid aanvaardt voor het ontwerp, de vervaardiging en het in de handel brengen van liften of machines of veiligheidscomponenten voor liften of machines (roltrap, rolpad, klein-goederenlift en betreedbare goederenlift)

Geautoriseerd persoon

Een persoon met voldoende kennis en kunde, aangewezen om een bepaalde taak te vervullen

Gebruiker

Een persoon die gebruik maakt van een liftinstallatie

Gelaagd glas

Een constructie van 2 of meer lagen glas, die met kunststoffolie aan elkaar zijn verbonden

Hekwerk

Een voorziening om vallen of beknellen te voorkomen

Hydraulische lift

Een lift waarbij de hefarbeid afkomstig is van een elektrisch aangedreven pomp, die de hydraulische vloeistof naar een direct of indirect op de kooi werkende plunjer verplaatst (hierbij kunnen meer motoren, pompen en/of cilinders worden gebruikt)

Indirect aangedreven hydraulische lift

Een hydraulische lift waarbij de plunjer of cilindermantel door draagmiddelen (kabels, kettingen) is verbonden met de kooi of het kooiraam

Installateur

Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die de verantwoordelijkheid aanvaardt voor de montage en het in de handel brengen van liften

Installatie

Een compleet geïnstalleerde personenlift, personen-goederenlift, betreedbare goederenlift, klein-goederenlift, roltrap of rolpad

Kleminrichting

Een mechanische inrichting om het wegzakken van de kooi te beperken en die bij het in werking komen de kooi in neerwaartse beweging tot stilstand brengt en in stilstand houdt, onafhankelijk van diens plaats in de schacht.

Kooi

Een deel van de personenlift bestemd voor het opnemen van personen en/of goederen die moeten worden vervoerd. Met ingang van december 2009 ´drager´ genoemd.

Kooiplafond

Een deel van het kooidak, bereikbaar vanuit de kooi

Leiders

De onbuigzame onderdelen in de liftschacht die zorgen voor de geleiding van de kooi, het tegengewicht of het balanceergewicht

Leidingbreukklep

Een klep die automatisch sluit als door een toegenomen stroming in een vooraf bepaalde richting over de klep een drukval ontstaat die een vooraf ingestelde waarde overschrijdt

Lift (volgens de geharmoniseerde norm)

Een vast opgesteld hefwerktuig dat bepaalde stopplaatsen bedient, bestemd is voor het vervoer van personen of goederen en voorzien is van één of meer betreedbare kooien, die zich geheel of gedeeltelijk langs verticale of minder dan 15° uit het lood staande leiders bewegen

Lift (volgens de Richtlijn liften)

Een werktuig dat bepaalde stopplaatsen van gebouwen en bouwwerken bedient, met behulp van een kooi die langs vaste, ten opzichte van het horizontale vlak meer dan 15 graden hellende leiders beweegt, en die bestemd is voor vervoer van – personen, – personen en goederen, – uitsluitend goederen indien de kooi betreedbaar is, d.w.z. dat een persoon er zonder moeite kan binnengaan, en uitgerust is met bedieningsorganen die in de kooi of binnen het bereik van een zich daarin bevindende persoon gesitueerd zijn. Liften die een volstrekt vaste baan in de ruimte volgen, al bewegen zij niet langs vaste leiders, vallen onder de toepassing van deze richtlijn (bij voorbeeld door een schaarconstructie geleide liften)

Machinekamer

Een ruimte in of buiten de schacht waarin de machine of machines en/of de bijbehorende apparatuur zijn geplaatst

Machine (liftonderdeel)

Het geheel van aandrijvende delen dat de beweging en de stilstand van de kooi beheerst

Machine (volgens de Richtlijn machines)

Een samenstel, voorzien van, of bestemd om te worden voorzien van, een aandrijfsysteem — maar niet op basis van rechtstreeks gebruikte menselijke of dierlijke spierkracht — van onderling verbonden onderdelen of componenten waarvan er ten minste één kan bewegen, en die samengevoegd worden voor een bepaalde toepassing

Menselijke response

Activiteit door een persoon van de alarmcentrale via het alarmsysteem

Minimale breukbelasting van een kabel

Het product van het kwadraat van de nominale middellijn van de kabel (in vierkante millimeters) en de nominale breuksterkte van de kabels (in Newton per vierkante millimeter) en een factor behorende bij het type kabelconstructie

Modellift

Een representatieve lift waarvan het technisch constructiedossier laat zien hoe de essentiële veiligheidseisen in acht worden genomen voor liften die zijn afgeleid van de met behulp van objectieve parameters gedefinieerde modellift en waarin identieke veiligheidscomponenten worden gebruikt

Nastellen

Het na het stoppen, tijdens het laden en lossen de kooi door een of meer correcties gelijk met de stopplaats brengen

Nivelleernauwkeurigheid

De maximum verticale afstand tussen de kooidrempel en schachtdrempel tijdens het laden of lossen van de lift

Nivelleren

Het verhogen van de nauwkeurigheid van het stoppen van de kooi op de stopplaatsen

NoBo of een aangewezen aangemelde instantie

Een instantie die is aangewezen door de overheid en door de overheid is aangemeld in Brussel voor het verrichten van werkzaamheden voortvloeiend uit de desbetreffende Richtlijn. Dit is bijvoorbeeld het doen van een EG-typeonderzoek

Nominale last

De last waarvoor het toestel is ontworpen en waarbij een normale werking wordt gewaarborgd door de installateur

Nominale snelheid

De snelheid van de kooi waarvoor het toestel is ontworpen en waarbij een normale werking wordt gewaarborgd door de installateur

Normaal gebruik

Het gebruik van een lift in bedrijf, die niet in onderhoud of storing staat of in een sloopstadium is

Nuttige kooivloeroppervlakte

De oppervlakte van de kooi gemeten op een hoogte van 1 meter boven vloerniveau, zonder rekening te houden met de leuningen, bestemd voor personen of goederen tijdens gebruik van de lift

Onderhoud

Alle noodzakelijke werkzaamheden om het veilige en beoogde functioneren van de installatie en haar componenten na voltooiing van de montage en tijdens de levensduur te waarborgen. Onderhoud omvat: a) smeren, schoonmaken enz.; b) controles; c) bevrijding van passagiers; d) instel- en afstelwerkzaamheden; e) reparatie of vervanging van versleten of beschadigde componenten mits dit geen invloed heeft op de kenmerken van de installatie.

Onderhoud NIET

De volgende werkzaamheden worden niet als onderhoud aangemerkt: a) wijziging van een hoofdcomponent zoals de machine, de kooi, de besturing of veiligheidscomponenten zoals de vang , ook al zijn de kenmerken van de nieuwe component gelijk aan die van het origineel; b) vervanging van de installatie; c) modernisering van de installatie, met inbegrip van verandering van de kenmerken (zoals snelheid en nominale belasting); d) bevrijdingshandelingen uitgevoerd door de brandweer e) het schoonmaken van de uitwendige delen van de schacht; f) het schoonmaken van de uitwendige delen van een roltrap of rolpad; g) het schoonmaken van het kooi-interieur

Onderhoudsorganisatie

De onderneming of een gedeelte van deze onderneming waar (een) deskundige onderhoudspersoon (deskundige onderhoudspersonen) onderhoudswerkzaamheden uitvoert (uitvoeren) namens de eigenaar van de installatie

Ontgrendelzone

Een zone boven en onder de stopplaats, waarbinnen de kooivloer zich moet bevinden als de schachtdeur kan worden ontgrendeld

Ontheffing

Een door de Arbeidsinspectie afgegeven document waarin vermeld wordt onder welke voorwaarden van regelgeving mag worden afgeweken. Een ontheffing is te allen tijde verbonden aan één installatie

Passagier/gebruiker

Een persoon die wordt vervoerd in de kooi van een lift

Permanente liften voor kranen

Liften bevestigd aan kranen om toegang te geven voor bedieners en onderhoudspersoneel

Personen-goederenlift

Een personenlift die hoofdzakelijk bestemd is voor het vervoer van goederen die gewoonlijk zijn begeleid door personen

Programmeerbaar elektronisch veiligheidssysteem voor liften (PESSRAL)

Controle-, meet- of veiligheidssysteem, gebruikt in een veiligheidsfunctie en opgebouwd uit één of meer elektronische programmeerbare componenten, inclusief alle onderdelen, zoals voedingen, sensoren, communicatiekabels en aanstuurcomponenten zoals bedoeld in tabel A1 en A2 en in de NEN-EN 81-1 en -2

Raad voor Accreditatie

Het onafhankelijk accreditatiebureau voor de beoordeling van ondermeer certificerende instanties en onderzoeksinstituten

Raam

Het metalen frame dat de kooi, het tegengewicht of het balanceergewicht draagt en dat verbonden is met de ophanging. Dit frame kan een geïntegreerd deel van de kooi vormen

Reactietijd PESSRAL systeem

De som van de volgende twee waarden: • de tijd tussen het ontstaan van een fout in de PESSRAL en de ingreep in de liftbesturing; • de tijd benodigd voor de lift om op de ingreep te reageren en tot een veilige status te komen

Remvang

Een vang waarbij de vertraging wordt uitgeoefend door een remwerking op de leiders en waarin speciale inrichtingen zijn aangebracht om de krachten op de kooi, het tegengewicht of het balanceergewicht te beperken tot een toelaatbare waarde

RISAS

Richtlijnspecifiek accreditatieschema voor liften. Hierin vindt u onder meer de werkwijze rond verplichte keuringen van liften en veiligheidscomponenten door NoBo’s terug

Safety integrity level (SIL)

De getalsmatige waarde om de betrouwbaarheid van veiligheidsfuncties binnen een PESSRAL te kunnen specificeren

Schacht

De ruimte waarin de kooi, het tegengewicht of het balanceergewicht beweegt. Deze ruimte wordt meestal begrensd door de vloer van de schachtput, de wanden en het plafond van de schacht

Schachtkop

Het deel van de schacht tussen de vloer voor de bovenste schachttoegang en het plafond van de schacht

Schachtput

Schachtgedeelte onder de laagste stopplaats

Schijvenruimte

Een ruimte waarin niet de machine staat, maar waarin de schijven en eventueel de snelheidsbegrenzer en de elektrische apparatuur zijn ondergebracht

Smoorklep

Een klep waarbij de in- en uitlaat door een beperkte doorlaat zijn verbonden

Smoor-terugslagklep

Een klep die vrije stroming in één richting en beperkte stroming in de andere richting toelaat

Snelheidsbegrenzer

Een voorziening die, wanneer de lift een van tevoren bepaalde snelheid bereikt, ervoor zorgt dat de lift stopt en, indien nodig, ervoor zorgt dat de vang in werking wordt gesteld

Stootbord

Een vlak verticaal onderdeel dat zich vanaf de schacht- of kooidrempel naar beneden uitstrekt

Stopnauwkeurigheid

De maximale verticale afstand tussen de kooidrempel en schachtdrempel op het moment dat het besturingsysteem de kooi heeft laten stoppen op de bestemmingsverdieping en de deuren hun volledig geopende positie bereiken

Stopplaats

Een vast niveau voor het laden en lossen van de kooi

Tegengewicht

De massa de tractie garandeert

Terugslagklep

Een klep die de stroming slechts in één richting doorlaat

Testlaboratorium

Een Nobo die specifieke beproevingen/testen aan veiligheidscomponenten kan uitvoeren

Tijdelijk te activeren besturing

Een middel om voorzieningen of diensten voor een enkele rit te activeren

Tractielift

Een lift waarvan de hijskabels worden aangedreven door middel van wrijving in groeven van de tractieschijf van de machine

Vang

Een mechanische inrichting om de kooi, het tegengewicht of het balanceergewicht te stoppen en stil te houden op de leiders, in geval van een te hoge snelheid of het breken van de ophanging

Vastzetinrichting

Mechanische inrichting die een ongewild dalende kooi tot stilstand brengt en in stilstand houdt op vaste steunen

Veiligheidscomponent

Een component: – die een veiligheidsfunctie vervult, – die afzonderlijk in de handel wordt gebracht, – waarvan het niet en/of verkeerd functioneren de veiligheid van personen in gevaar brengt, en – die niet nodig is voor de werking van de machine of die door gewone componenten kan worden vervangen om de machine te doen werken

Veiligheidskabel

Een hulpkabel die is bevestigd aan de kooi en het tegengewicht en die bestemd is om in geval van breuk van draagmiddelen een vang in werking te stellen

Verzamelbesturings-systeem

Een besturingssysteem gebruikt voor enkele of meervoudige liften. Dit moet in staat zijn om verschillende kooiopdrachten te accepteren en te onthouden, zodat deze in logische volgorde worden afgewerkt. Ook moet het staat zijn om elke verdiepingsoproep te accepteren en zo over de liften te verdelen dat de gebruikers optimaal worden bediend

Vollastdruk

De statische druk die op de direct met de cilinder verbonden leidingen wordt uitgeoefend, als de met nominale last beladen kooi zich in rust op de hoogste stopplaats bevindt

WSCS

Het werkveldspecifiek certificatieschema voor het Warenwetbesluit liften. Hierin vindt u onder meer de werkwijze rond verplichte keuringen van liften vanuit dit Warenwetbesluit liften terug

Zendinstallatie

Het deel tussen de alarmapparatuur en de alarmcentrale dat de tweeweg-communicatie mogelijk maakt


Delen met:
Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook